Medisch beroepsgeheim en politieverhoor: mag je als zorgverlener het beroepsgeheim doorbreken als je verhoord wordt als getuige?

Praktijkervaring: een stille valkuil

Als advocaat gespecialiseerd in de verdediging van artsen (en andere zorgverleners onderworpen aan het beroepsgeheim, in het bijzonder psychologen) merk ik in de praktijk dat zorgverleners regelmatig worden uitgenodigd door politieambtenaren om als getuige te worden verhoord. Vaak gebeurt dit op verzoek van een onderzoeksrechter, in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar een misdrijf waarbij de patiënt van de zorgverlener het slachtoffer is (denk bijvoorbeeld aan de patiënt van een psycholoog, die het slachtoffer is geworden van huislijk geweld). Tijdens deze verhoren worden vaak vragen gesteld over feiten die onder het medisch beroepsgeheim vallen (zoals in ons voorbeeld de vraag of de patiënt ooit aan de psycholoog heeft toevertrouwd of er eerder huislijk geweld was). Maar mag een zorgverlener zomaar antwoorden op deze vragen wanneer hij verhoord wordt getuige? Veel zorgverleners zijn zich er niet van bewust dat deze situatie  juridisch bijzonder complex is, en antwoorden te goeder trouw om mee te werken aan het onderzoek, zonder te beseffen dat ze zich mogelijk strafbaar maken.

Het is niet altijd duidelijk of politieambtenaren zich bewust zijn van de juridische implicaties van een getuigenverhoor, specifiek in het geval van zorgverleners die door het beroepsgeheim gebonden zijn. Waarom onderzoeksrechters deze verhoren delegeren aan de politie evenmin – vermoedelijk speelt tijdsgebrek een rol. Sommige onderzoeksrechter lijken deze problematiek wel te beseffen en kiezen er dan bewust voor om de zorgverlener als verdachte te laten verhoren door de politieambtenaren, zodat het recht van verdediging geldt en het beroepsgeheim doorbroken mag worden. Dit betreft natuurlijk een omslachtige oplossing, die uiteraard niet in alle gevallen mogelijk is (zoals in ons voorbeeld van de psycholoog wiens patiënt het slachtoffer is geworden van huislijk geweld). Wat vaststaat: zorgverleners moeten zich bewust zijn van deze praktijk en zich juridisch laten bijstaan, ook bij een getuigenverhoor.


Juridisch kader: wat mag en wat niet?

Het medisch beroepsgeheim is strafrechtelijk verankerd in artikel 458 Sw. en beschermt de vertrouwensrelatie tussen patiënt en zorgverlener. Het verbiedt elke opzettelijke mededeling van vertrouwelijke informatie aan derden, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is.

Een getuigenis in rechte – waarvoor het spreekrecht geldt – is beperkt tot verklaringen voor een onderzoeksrechter of vonnisrechter. In de rechtspraak werd reeds uitdrukkelijk geoordeeld dat het delegeren van het getuigenverhoor door de onderzoeksrechter aan de politieambtenaren niet impliceert dat het beroepsgeheim eveneens ten aanzien van deze politieambtenaren mag worden doorbroken. Verklaringen aan politie of parket vallen dus niet onder de uitzondering getuigenis in recht en kunnen dus een schending van het beroepsgeheim vormen, tenzij er een specifieke rechtvaardigingsgrond bestaat (zoals noodtoestand, patiënt-slachtofferregel of wettelijke meldplichten). Let wel, ook deze andere uitzonderingsgronden hebben strenge criteria. Laat je dus zeker nooit aanpraten dat je een ‘spreekplicht’ zou hebben, daar waar er hoogstens een ‘spreekrecht’ kan zijn.

Wanneer een zorgverlener daarentegen als verdachte wordt verhoord, geldt het recht van verdediging: hij mag spreken of zwijgen, ook tegenover de politie. In dat geval mag het beroepsgeheim doorbroken worden, maar ook in dit geval is dat niet verplicht.


Wie is gebonden en wat valt onder het geheim?

Het beroepsgeheim geldt voor elke “noodzakelijke vertrouwenspersoon” – artsen, apothekers, vroedvrouwen, andere zorgverleners en zelfs bepaalde medewerkers of instellingen. Het geheim omvat alles wat in de uitoefening van het beroep vertrouwelijk wordt vernomen of vastgesteld, inclusief administratieve en niet-medische gegevens.

Openbaar gemaakte feiten door de patiënt zelf zijn niet langer geheim. Ook informatie die buiten de beroepsuitoefening werd vernomen, valt niet onder het beroepsgeheim.


Uitzonderingen en bijzondere contexten

Er zijn enkele wettelijke uitzonderingen:

  • Toestemming van de patiënt: moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
  • Gedeeld beroepsgeheim: binnen eenzelfde zorgfinaliteit en met impliciete toestemming.
  • Verzekeringscontext: artikel 61 van de Verzekeringswet 2014 laat beperkte mededeling toe via een door de patiënt gekozen arts.
  • Administratieve kaders: zoals DGEC/RIZIV, waar zorgverleners verplicht zijn mee te werken zonder schending van het beroepsgeheim.

Advies: wees waakzaam en laat u bijstaan

Zorgverleners moeten beseffen dat een politieverhoor – ook als getuige – juridische consequenties kan hebben. Het beroepsgeheim blijft van kracht, tenzij duidelijk voldaan is aan een wettelijke uitzondering. Een onschuldige verklaring kan leiden tot strafrechtelijke vervolging wegens schending van het beroepsgeheim.

Laat u bijstaan door een advocaat, ook bij een getuigenverhoor. Als gespecialiseerde advocaten staan wij klaar om zorgverleners juridisch te begeleiden en te beschermen.

Deel dit blogbericht

LinkedIn
Facebook
X

Vragen over wat u gelezen heeft?

Onze blog artikelen geven u inzicht in actuele juridische thema’s. Heeft u vragen over hoe dit in uw situatie werkt? Neem contact op, wij helpen u snel en persoonlijk verder.

Advocaat David Delefortrie