De gedeeltelijke depenalisering van medische aansprakelijkheid

Wat is een medische ‘fout’?

Het medisch aansprakelijkheidsrecht is traditioneel gebaseerd op foutaansprakelijkheid. Dit betekent dat een zorgverlener pas aansprakelijk kan worden gesteld wanneer wordt aangetoond dat hij of zij een fout heeft begaan. Die fout wordt beoordeeld aan de hand van de zorgvuldigheidsnorm: er is sprake van een fout wanneer niet werd gehandeld zoals een normaal zorgvuldige zorgverlener van dezelfde specialisatie in dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld.

Binnen deze norm wordt geen onderscheid gemaakt tussen lichte en zware fouten. Zelfs de lichtste fout – de zogenaamde culpa levissima – volstaat om burgerrechtelijke aansprakelijkheid te vestigen.

Wat is een ‘strafrechtelijke’ medische fout?

Tot op heden viel de invulling van een medische fout in het burgerlijk recht samen met die in het strafrecht. Dezelfde zorgvuldigheidsnorm werd toegepast om het misdrijf van onopzettelijke slagen en verwondingen (artikelen 418 en 420, lid 1 van het Strafwetboek) te beoordelen. Hierdoor kon een schadelijder kiezen tussen een burgerrechtelijke procedure of een strafrechtelijke klacht met burgerlijke partijstelling, wat kon leiden tot een behandeling voor de correctionele rechtbank.

Gedeeltelijke depenalisering: een breuk met het verleden

Met de komst van het nieuwe Strafwetboek (gepubliceerd op 8 april 2024, in werking vanaf 8 april 2026) komt er een fundamentele wijziging in deze benadering. Voortaan vereist het strafrecht voor onopzettelijke misdrijven een zware fout, omschreven als een “ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid” (artikel 7, §3 Sw. 2024).

Een lichte fout is dus niet langer voldoende om strafrechtelijke aansprakelijkheid te vestigen. Dit betekent dat veel medische fouten die vroeger strafbaar waren, vanaf 8 april 2026 enkel nog aanleiding kunnen geven tot een burgerrechtelijke procedure.

Wettelijke verankering van het moreel bestanddeel

Het nieuwe Strafwetboek hertekent het moreel bestanddeel van het misdrijf. Voor elk misdrijf moet de dader bewust en uit vrije wil handelen. Daarnaast kan de wetgever per delict een bijkomend subjectief element vereisen: algemeen of bijzonder opzet, of – bij onopzettelijke misdrijven – een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.

Deze hervorming breekt expliciet met de vroegere gelijkstelling tussen strafrechtelijke en burgerrechtelijke fout. De zware fout krijgt een centrale rol als drempel voor strafbaarheid bij culpose delicten, en wordt in diverse delictsomschrijvingen expliciet vereist (o.a. artikelen 107, 217, 218, 336, 512, 513 en 594 Sw.).

Systematiek en toepassing

De hervorming kadert in een bredere visie op het strafrecht als ultimum remedium: het strafrecht wordt pas ingezet wanneer andere rechtsmiddelen tekortschieten. De bestanddelen van het misdrijf – materieel, moreel en eventueel verzwarend – worden duidelijk onderscheiden en toegewezen aan de dader of deelnemer via de bepalingen over daderschap en deelneming.

De vereiste van een ernstige fout maakt deel uit van het moreel bestanddeel wanneer de wet dit voorschrijft. De rechter zal eerst moeten toetsen of aan deze bestanddelen is voldaan, vóór hij overgaat tot straftoemeting binnen het nieuwe kader van strafniveaus.

Retroactieve toepassing van de mildere strafwet

Wat met medische fouten die vóór 8 april 2026 zijn gepleegd, maar pas nadien voor de rechtbank komen? In dat geval geldt het principe van retroactieve toepassing van de mildere strafwet. Dit houdt in dat de nieuwe definitie van strafbare medische fout – met de vereiste van een zware fout – ook van toepassing is op oudere feiten, zolang de zaak nog niet definitief is beslecht.


Heeft u vragen over strafrechtelijke medische aansprakelijkheid of wenst u bijgestaan te worden in een strafrechtelijke procedure?

Deel dit blogbericht

LinkedIn
Facebook
X

Vragen over wat u gelezen heeft?

Onze blog artikelen geven u inzicht in actuele juridische thema’s. Heeft u vragen over hoe dit in uw situatie werkt? Neem contact op, wij helpen u snel en persoonlijk verder.

Advocaat David Delefortrie